dinsdag 19 november 2013

Is 3D printen van voedsel de toekomst?



Eén druk op de knop en er komt een maaltijd uit de printer, specifiek afgestemd op jouw smaak, gesteldheid en gezondheid. Voorlopig is dit nog heel erg ver van de realiteit maar wereldwijd zijn er steeds meer instituten en start-ups die met het 3D-printen van voedsel aan de slag gaan. Gaat de 3D-printer in de nabije toekomst een grote rol spelen in de productie van ons voedsel, of is het vooral leuk als gimmick en blijft het daarbij?

3D-printen is eigenlijk niets anders dan een materiaal in laagjes op elkaar maken, waar het materiaal voor het volgende laagje voldoende ophardt, om zo tot een driedimensionale vorm te verkrijgen. Met kunststof, keramiek en zelfs metaal is het al mogelijk en zo ook met eetbare producten. Chocolade is een materiaal dat hier bijzonder goed voor is geschikt, en dus zie je ook veel plaatjes van 3D geprinte chocolaatjes het internet rondgaan. Maar ook andere materialen zoals deeg, puree en eiwit worden geprint tot vaak nog rommelige vormen. Beperkingen zijn op dit moment de tijd die het kost om iets te printen, de hygiëne van het apparaat die nodig is en de eenzijdige texturen die ontstaan vanuit gladde puree.

Deze beperkingen daargelaten is er een groeiende markt naar gepersonaliseerde voeding. Voeding die precies aansluit bij wat jij nodig hebt, waar jij zin in hebt. Ook zien we dat de productie van voeding steeds meer of heel grootschalig gebeurt, of juist heel kleinschalig, en steeds minder iets daartussenin. Het is dus heel goed mogelijk dat 3D-printen een rol speelt in de kleinschalige gepersonaliseerde voedselproductie, bijvoorbeeld bij de mensen thuis als keukenapparaat of in publieke ruimtes in de vorm van een vending machine.

Ik denk echter dat 3D-printen alleen te beperkt is, en dat deze technologie meer een onderdeel is van een food processor die meer complexe producten kan ‘bereiden’. Ook andere technologieën als robotica, radiogolven en lasers kunnen naast een 3D-printfunctie een rol spelen in een dergelijk apparaat. Pas als een apparaat in staat is om een complex product te maken, met verschillende texturen, verschillende smaken, en ten slotte in verschillende vormen, dan pas verwacht ik dat het een grote rol gaat spelen in de productie van voeding.

Tot die tijd zullen met name gimmick-producten zoals taartjes met een persoonlijke boodschap van binnen en bestaande producten in aparte vormen de wereld van 3D food printing domineren, en blijft het dus voorlopig een heel, heel kleine niche.

Dit artikel verscheen eerder op foodforfood.info

maandag 4 november 2013

Wat eten we als de bij er niet meer is?



Er wordt al enige tijd gesproken over massale bijensterfte. Door eenzijdige verbouwing (monoculturen), door een tekort aan stuifmeel veroorzaakt door bestrijding van onkruid en dus ook bloemen, door vergiftiging van de honingbijen door insecticiden en nog een aantal redenen dunnen honingbijenvolkeren steeds verder uit en daarmee komt de productie van ons voedsel in gevaar. Maar wat betekent dat nou, dat de productie van ons voedsel in gevaar is? Hoe onmisbaar is de bij in ons voedselsysteem? Oftewel, wat zouden we eten als de bij er niet meer is?

Allereerst moeten we denk ik verduidelijken dat honingbijen niet de enige insecten zijn die kunnen bestuiven. Naast de honingbij zijn er nog ruim 350 soorten bijen (alleen in Nederland) die ook een rol spelen in de bestuiving van gewassen. Ook hommels zijn goede bestuivers en zweefvliegen, kevers en motten zijn in staat om in mindere mate ook gewassen te bestuiven. Het einde van de honingbij is dus niet per definitie het einde van onze gewassenproductie. Maar ookal is nog nauwelijks onderzocht wat de oorzaken van de honingbijensterfte doet met deze andere bestuivende insecten, is het heel aannemelijk dat deze hier ook door aangetast worden.

Ten tweede is het belangrijk om te weten welke gewassen afhankelijk zijn van bestuiving van insecten. Zo blijkt dat onder andere bulkgewassen zoals rijst, maïs, granen en aardappels niet zo afhankelijk zijn van insecten, maar veel groente- en fruitsoorten wel. 76% van de gewassen op de wereld zijn op zijn minst gedeeltelijk afhankelijk van bestuiving door insecten. Het verdwijnen van bijen en andere bestuivende insecten zal dus leiden tot een flinke verschraling van onze oogst. Vooral groente en fruit, welke rijk zijn aan essentiële nutriënten zoals vitaminen en anti-oxidanten zullen in opbrengst verminderen, of zelfs helemaal verdwijnen. Enkel handmatige bestuiving kan dan nog zorgen voor een antwoord, maar dit gaat groente en fruit dan onmogelijk duur maken.

Het gevolg is meer eenzijdige, nutrientarme maar juist calorierijke voeding. Precies datgene wat nu al een belangrijke oorzaak is van gezondheidsaandoeningen over heel de wereld. In de Westerse wereld komen welvaartsziektes zoals diabetes, hart-en vaatziekten en obesitas steeds vaker voor en in armere landen zorgt eenzijdige, nutrientarme voeding voor vergelijkbare aandoeningen en soms zelfs deficiëntieziektes (tekort aan specifieke nutriënten).

Het verdwijnen van de bij zal ons hoogstwaarschijnlijk dus nog ongezonder maken. Groente en fruit wordt schaars en bewerkelijk om te verbouwen, waardoor niet iedereen dit meer kan betalen. Minder gefortuneerde mensen worden afhankelijk van nutriënten die synthetisch zijn vervaardigd, waar dan ook een enorme business in zal ontstaan. Op het gemiddelde bord ligt een eenzijdige maaltijd met daarnaast een pillendoosje om het tekort aan nutriënten te compenseren. Dit is hoe onze maaltijd eruit ziet als de bij er niet meer is.

Maar ik ben geen doemdenker. Wellicht is het in de toekomst mogelijk om bij het bestuiven van gewassen de bij te omzeilen. Kleine vliegende robots die deze taak op zich nemen, die het zelfs nog efficiënter kunnen dan de bij. Of dat door genetische manipulatie gewassen zelfbestuivend worden. Het is mogelijk dat zodra de nood hoog genoeg is, deze technologische ontwikkelingen een vlucht gaan nemen. Ik hoop echter dat het niet zo ver hoeft te komen. Dat we meer structureel maatregelen gaan nemen om de bijensterfte tegen te gaan, zodat we kunnen blijven genieten van een veelzijdigheid aan groente en fruit, dankzij de bij.

vrijdag 11 oktober 2013

Polderadvies voor betere voeding

 


Dieetgerelateerde doodsoorzaken staan al jaren boven aan het lijstje van meest voorkomende. Met de groeiende plaag obesitas worden deze cijfers in de komende jaren alleen nog maar bedroevender. Het onderdrukken en genezen van deze aandoeningen is tevens een van de grootste oorzaken van de snel stijgende zorgkosten. De nood is hoog en wordt alleen nog maar hoger. Een andere aanpak in voedingsadvies is gewenst.

We leven in een tijd waar zo goed als alle informatie over gezonde voeding voor iedereen beschikbaar is. Internet staat er vol mee, en een keur aan logo’s prijkt op menige verpakking. Verpakkingen die ons zouden moeten vertellen waarom het product een gezonde keuze is of juist niet. Toch, of misschien wel juist daardoor, is de algemene opvatting van wat een gezond voedingspatroon nog nooit zo ingewikkeld geweest.

Het Voedingscentrum ligt onder vuur. Het instituut wordt beticht van het klakkeloos overnemen van adviezen, die zijn gebaseerd op eenzijdig uitgevoerde onderzoeken. Tevens staat de onafhankelijkheid ter discussie doordat het centrum zich te veel zou laten leiden door de grote voedingsconcerns. Terwijl de invloed van het Voedingscentrum afbrokkelt, staan nieuwe gezondheidsgoeroes op met een visie op voeding en gezondheid die in de meeste gevallen totaal niet strookt met de adviezen van het Voedingscentrum. Ze zijn het over het algemeen ook niet met elkaar eens. Wat er ontstaat is een welles/nietes spel waar ieder, gewapend met allerlei wetenschappelijke studies zijn gelijk probeert te halen.

Ook ik sta sceptisch tegenover de adviezen van het Voedingscentrum en de beweegredenen erachter, maar ik moet zeggen dat het instituut in ieder geval één duidelijke rol heeft die ontzettend belangrijk is voor de volksgezondheid, en dat is het vormen van één duidelijk advies dat gegeven kan worden aan de consument. Op dit moment denk ik dat de goed bedoelde adviezen van alle gezondheidsgoeroes meer kwaad doen dan goed. Want door al die onduidelijkheid wordt de consument juist steeds onverschilliger.

Ik zou er dan ook voor willen pleiten dat iedereen uit de loopgraven komt om op zoek te gaan naar wat al deze verschillende voedingsadviezen gemeen hebben, in plaats van bekvechten over de verschillen. Laten we proberen om gezamenlijk tot één voedingsadvies te komen, dat duidelijk is voor iedere laag in de bevolking. Maar dan wel onafhankelijk van wat voedingsmiddelenconcerns willen verkopen.

Ik zal een beginnetje maken. Ik denk dat vrijwel iedereen het met me eens is als ik zeg dat we vooral minder moeten gaan eten. Kleinere porties met minder calorieën. Volgens mij krijg ik ook weinig weerstand als ik zeg dat minder suiker een goed idee is, en dat we toch echt maar eens meer groente moeten gaan eten. Het vermijden van grote hoeveelheden (vooral geraffineerde) koolhydraten is denk ik ook iets waar we het over eens kunnen worden en ik denk dat we over de consumptie van zuivel en vlees ook wel tot een compromis kunnen komen. Het resultaat is een polderadvies waarin niemand zijn ultieme gelijk krijgt, maar dat in ieder geval voor iedereen een stap in de goede richting is. En dat is een stap die op dit moment hoog nodig is.

Dit bericht verscheen eerder op foodforfood.info

woensdag 18 september 2013

Tuna Melt Down



Enkele jaren geleden heb ik na een lezing van Dos Winkel besloten om geen tonijn meer te eten. Waarom? Omdat tonijn ernstig bedreigd is door overbevissing, en door de ernstige gevolgen die het verdwijnen van de vis met zich mee brengt.

Zo goed als alle tonijnsoorten worden al met uitsterven bedreigd, en erg genoeg wordt de vraag alleen maar groter. Mede door de grootschalige populairiteit van Japanse restaurants wordt er wereldwijd steeds meer tonijn gegeten. Sushirestaurants waar je onbeperkt sushi kan eten zie je overal verschijnen. Maar er is geen onbeperkte voorraad tonijn, en daar wringt de schoen.

Goed, dus dan is de tonijn straks op. Jammer, dan eten we wel iets anders.. Maar zo werkt dat dus niet. Het feit dat wij het niet meer kunnen eten is nog wel het minst erge van de gevolgen van het uitsterven van de tonijn. Hieronder een opsomming van voorvallen die door de afnemende tonijnpopulatie nu al spelen.

1 Kwallenplagen
Door overbevissing van de tonijn en andere vissoorten krijgen kwallen steeds meer territorium in de oceanen. De balans verschuift, tot de kwallen in de meerderheid zijn. Maar kwallen, die lusten we niet..
2 ongewilde bijvangst
Tonijnen zwemmen in grote scholen. De meest effectieve en dus ook de meest gebruikte manier om tonijnen te vangen is dus om met een groot ringvormig net (purse seine netten) de hele club in één keer te vangen. Helaas vangt dit enorme net niet alleen de tonijnen, maar ook een grote verscheidenheid aan andere zeedieren, zoals zeeschildpadden, roggen, zeldzame haaien, eigenlijk praktisch alles wat toevallig in de buurt zwemt.

3 Illegale vangst
Omdat er steeds minder tonijnen zijn worden ze dus ook steeds zeldzamer en dus duurder. En iets wat veel geld oplevert, is per definitie snel in de illegaliteit verwikkeld. Hierdoor is het aantrekkelijk voor vissers om tonijn illegaal te bevissen, buiten de visquota om, waardoor de tonijnpopulatie helemaal niet meer te reguleren is. Greenpeace heeft aangegeven dat 1 op de 5 gevangen tonijnen waarschijnlijk illegaal gevangen is.

4 Algenoverlast
De tonijn zit als grote roofvis vrij hoog in de voedselketen van de oceaan (naast de mens heeft de tonijn weinig vijanden). Als dieren bovenaan de voedselketen wegvallen heeft dit enorme gevolgen op het gehele ecosysteem. De vissen die normaal door de tonijnen gegeten zouden worden groeien uit tot ongezond grote populaties, waardoor de visjes die weer door die vissen gegeten worden ook uitsterven. Die visjes zouden normaal gesproken algen opgegeten hebben. Doordat dit nu niet gebeurt, krijgen algen steeds meer vrij baan, en veranderen sommige delen van de oceanen in groene algenslurries, waardoor ander leven verstikt wordt.

5 Tonijnvetmesterijen
Doordat de vangst op grote tonijnen terugloopt zijn bedrijven in landen langs onder andere de Middellandse zee massaal gaan investeren in het opfokken en vetmesten van tonijnen. In de Middellandse zee leeft nog maar een fractie van de tonijn die er vroeger zat, en wat er zwemt is voornamelijk klein. Deze kleine tonijnen worden met behulp van snelle boten, vliegtuigen en helicopters gevangen om vervolgens vetgemest te worden in drijfkooien. Om de tonijn vervolgens 1 kilo aan te laten komen, is er 20 kilo andere vis nodig. De uitwerpselen en de visrestanten van deze tonijnen vervuilen vervolgens weer de gebieden rondom de kooien. Dit soort aquafarming is bij eigenlijk alle vissen niet rendabel, maar door de hoge prijzen nu dus wel voor tonijn.

Daarom dus, ben ik gestopt met het eten van tonijn. Eten van een stukje gegrilde tonijn is praktisch hetzelfde als het eten van een pandaburger of tijgersteak. Not done..
Over de gezondheid van tonijn valt ook nog wel te twisten. Omdat het zo hoog in de voedselketen zit bevat tonijn behoorlijk wat zware metalen zoals kwik. Daarnaast bevat het in verhouding met kleine vette vissen zoals sardine, haring of makreel eigenlijk maar weinig omega 3 vetzuren.

We zijn al een heel eind op weg om de tonijnen uit te roeien. Vijf van de acht soorten tonijn die commercieel bevist worden staan al op het punt van uitsterven, en de overige drie doen het ook niet heel goed. Volgens de International Union for the Conservation of Nature (IUCN) is het heel waarschijnlijk dat als we doorgaan met het eten van tonijn zoals we dat nu doen, dat er in 2020 geen tonijn meer in de supermarkten zal liggen. 2020, dat is dus al over 6 jaar.

Wie gaat er verantwoordelijkheid nemen? Wil jij nu je dit weet eigenlijk nog wel tonijn eten? Zouden restaurants nog tonijn moeten aanbieden? Moeten groothandels het nog wel verkopen? En de visboer, de specialist, die dit eigenlijk allemaal al hoort te weten, waarom verkoopt die nog tonijn?

donderdag 12 september 2013

Smullen met peulen

In een gezond voedingspatroon krijgen we voldoende energie binnen in de vorm van eiwitten. Eiwitten via vlees, vis, eieren en zuivel maar ook via plantaardig voedsel zoals noten, zaden, groenten en peulvruchten.

Vooral die laatste productgroep komt de laatste jaren steeds vaker terug in discussies als goede bron van eiwitten, maar in de praktijk eten we in Nederland nog maar weinig bonen, kikkererwten, linzen, kapucijners, lupine en soja in vergelijking met andere landen. En dat is zonde, want peulvruchten zijn naast rijk aan eiwitten ook nog eens vriendelijker voor het milieu door de lage CO2 uitstoot en is er door het eten van peulvruchten ook geen dierenleed.

Met dit als voornaamste redenen hield ik onlangs een 'LabJam', een soort jamsessie maar dan met eten, gewijd aan de ontwikkeling van innovatieve voedselproducten op basis van peulvruchten. Tijdens deze sessie bedachten we bijvoorbeeld echt lekkere en verse kant-en-klare maaltijden op basis van peulvruchten.

Gelukkig zijn wij niet de enigen die het belang van de herintreding van de peulvrucht in de Nederlandse voedselcultuur inzien. Al enkele jaren strijden verschillende initiatieven voor een belangrijkere plaats van de peulvrucht in onze keuken. Twee jaar geleden werd er onder de naam Bonenestafette door een grote groep bekende en minder bekende Nederlanders telkens drie dagen achter elkaar peulvruchten gegeten waarna het stokje werd doorgegeven. Intussen werd de hashtag #bonenestafette veelvuldig gebruikt op Twitter.

Dit najaar organiseren o.a. Urgenda en de Bruine Bonen Bende weer een happening met de peulvrucht in de hoofdrol, de Peulenparade. Deze editie is er nog groter uitgepakt en zijn ook grote cateraars en meerdere Haagse ministeries van de partij.

Voor veel mensen zijn bonen maar saai en peulvruchten stoffig. Maar je hoeft niet ver vooruit te kijken om te zien dat de bonenbeweging in volle vaart op ons af komt. Peulvruchten raken in de mode en iedereen zal het weten. Deze opkomende groeimarkt biedt een enorme kans die in de voedingsmiddelenindustrie nog verassend vaak over het hoofd wordt gezien. Maar zodra enkele verstandige ondernemers het licht zien, zullen er steeds meer lekkere en onderscheidende producten op basis van peulvruchten op de markt komen. Voor nu kun je alvast op de recepten vinden (en delen) op de Facebookpagina van de Peulenparade.

Dit artikel verscheen zaterdag 7 september 2013 in de Trouw.

dinsdag 16 juli 2013

Nog minder groente en fruit..

 
Tien jaar geleden waren we ons er al van bewust dat we met zijn allen te weinig groente en fruit eten. Toch is de consumptie van groente en fruit in de afgelopen tien jaar weer verder gedaald, volgens een onderzoek van de Rabobank dat begin deze maand gepubliceerd is. De onderzoekers van de Rabobank stellen onder andere dat het gebrek aan gemak een belangrijke oorzaak is van de afgenomen consumptie van groente en fruit. Dit laatste vind ik toch wat kort door de bocht.

De onderzoekers van de Rabobank menen dat de voedselindustrie moet investeren in de populariteit van groente- en fruitgemaksproducten. Maar de afgelopen tien jaar is juist de omvang van het koelverse schap met voorgesneden, voorgewassen en kant-en-klare groente- en fruitproducten enorm toegenomen, wat heeft geresulteerd in een verschuiving van verkoop van onbewerkte groente en fruit naar kant-en-klaar gesneden groente en fruit. Nu blijkt dat dit de daling van de consumptie van groente en fruit toch niet heeft kunnen voorkomen.

Ook de hoge prijzen van groente en fruit worden wel eens als consumentenbezwaar opgegooid. Maar de prijzen van groente en fruit in de supermarkt zijn minder hard gestegen dan het gemiddelde van alle voedselproducten in de supermarkt, aldus de onderzoekers.

Ook zou de consumptie van groente- en fruitproducten erg veel last (concurrentie) hebben van creatief vermarkte ‘processed’ producten van grote producenten, omdat die met hun enorme marketingbudgetten veel beter consumenten kunnen binden aan hun producten.
 
Maar waar ligt nou het antwoord? Hoe gaan we ervoor zorgen dat we niet over tien jaar weer ergens in een onderzoek lezen dat we nog minder groente en fruit eten? Wie moet er in actie komen? Producenten? Telers? De overheid? Artsen? Diëtisten? Ik ga graag met jullie in discussie om tot een plan te komen dat de trends doet omslaan en ons weer massaal aan het groente en fruit krijgt!

vrijdag 12 juli 2013

Potjespesto: De verpeste smaak van de Nederlander



Nederlanders mogen graag kijken naar kookprogramma’s waar koks als Jamie Oliver laten zien hoe je eenvoudig en snel een verse pesto maakt. Maar uit een onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat wij vers bereide pesto al lang niet meer zo lekker vinden, en dat we qua smaak onze voorkeur geven aan potjespesto uit het supermarktschap. In de pestotest van de Consumentenbond werd een vers bereide pesto naar traditioneel Italiaans recept in een blinde test vergeleken met pesto’s uit potjes van verschillende merken. Merkwaardig genoeg werd de vers bereide pesto door het panel van veertig consumenten als minst lekker beoordeeld.

Wat maakt verse pesto anders dan pesto uit een potje? Het heet immers nog steeds pesto, het is nog steeds soort van groen en vaak staan op de voorkant van het potje enkele van de kenmerkende traditionele ingrediënten afgebeeld, zoals basilicum, olijfolie, kaas en pijnboompitten.

Het traditionele recept voor pesto genovese telt slechts zes ingrediënten: basilicum, pijnboompitten, olijfolie, Pecorino-kaas, knoflook en zout. In het gemiddelde pestopotje zit ruim het dubbele aan verschillende ingrediënten, waaronder enkele vreemde, zoals aardappel, glucosesiroop, cashewnoten en zelfs yoghurt. Tevens blijken maar weinig van de traditionele ingrediënten van pesto terug te vinden in de potjes.

'Veel dure ingrediënten zijn
vervangen door goedkope varianten'
 
Veel dure ingrediënten zijn vervangen door goedkope varianten. Het tekort aan smaak dat dan ontstaat wordt gecompenseerd met suiker, zout en aroma's. Hierdoor kan de producent het product goedkoper aanbieden en/of er een betere marge op maken. Op zich is het knap van die producenten dat ze het voor elkaar hebben gekregen dat de consument deze uitgeklede variant lekkerder vindt. Zijn consumenten zo makkelijk programmeerbaar in hun smaak?

Een mogelijk antwoord is te vinden in het fenomeen smaakvervlakking. Al enkele decennia lang is er een vervlakking zichtbaar in de smaak van de consument. We houden niet zo van bitter, en dus worden er minder bittere varianten van bijvoorbeeld spruitjes of witlof geteeld, die dus vlakker van smaak zijn. Iets soortgelijks is bij samengestelde producten denkbaar, waarbij traditionele recepten te uitgesproken zijn voor de gemiddelde consument en afgevlakte varianten favoriet zijn.

Het gemis van de complexe smaken wordt vervolgens gecompenseerd met meer simpele smaakbelevingen van zoet (dus suiker) en zout. Omdat dit zeer goedkope ingrediënten zijn, maken levensmiddelenproducenten hier gretig gebruik van, en complexe, dure ingrediënten worden vervangen door goedkope toevoegingen zoals suiker en zout, waar de mens evolutionair al een voorkeur naar heeft. Sommige onderzoeken beweren zelfs dat deze ingrediënten een verslavende werking hebben, waardoor de voorkeur voor producten met toegevoegde suiker en veel zout nog groter wordt.

'Producenten verdienen nu
eenmaal beter met goedkopere,
vlakke producten'
 
Een andere factor die een rol kan spelen is het verschoven referentiekader. De gemiddelde consument is inmiddels zo gewend aan de smaak van potjespesto, dat deze wordt ervaren als echte pesto. Vers bereide pesto wijkt af, en is dus niet lekker. De weg naar beneden (het verschuiven van het referentiekader naar vlakkere, goedkopere producten) is veel makkelijker dan weer terug omhoog (het verschuiven van het referentiekader naar echte, gezonde producten). Vooral omdat er geen draagvlak voor is. Producenten verdienen nu eenmaal beter met goedkopere, vlakke producten, dus missen zij intrinsieke motivatie om hun product te veranderen.

Nu is de vraag of deze situatie een probleem is. Kan het kwaad als mensen minder complexe, vlakkere producten eten? Qua smaak is het een eigen voorkeur en is er dus niets mis mee, maar qua voedingswaarde zijn er wel wat bezwaren. Complexe smaken zijn vaak ook rijk aan een complexe voedingswaarde zoals anti-oxidanten, vitaminen en specifieke aminozuren en vetzuren. Door deze te vervangen door suiker of zout ontstaat een negatief effect op de volksgezondheid.

Maar wat kunnen we hier nu aan doen? Wij vroegen het aan de Nederlandse specialist op het gebied van smaak, Peter Klosse. Hij stelt: “De consument is nu gewend aan pesto uit een potje, maar de interesse in voeding is juist nu heel groot. Door de consument mee te nemen en te informeren over hoe echte producten zoals pesto kunnen smaken, kan de consument ook ontwennen aan de potjespesto. Dit is niet de rol van de producenten van potjespesto, want die hebben hier geen enkel belang bij. Maar nieuwkomers op de markt kunnen hier op inspelen. Ook de horeca kan hier een belangrijke rol in spelen, door het vertellen veel meer op te pakken dan ze nu doen, en meer vertegenwoordiger te worden van echte smaak.”

Er ligt dus een enorme uitdaging, maar ook een kans voor nieuwkomers die echt verse pesto’s op de markt brengen, en hier het verhaal bij vertellen. Niet via klassieke kanalen maar juist via moderne marketing, om op een laagdrempelige manier een groot publiek te bereiken. Niet uit winstbejag, maar vanuit de passie om echte producten te maken.

Dit artikel verscheen eerder op foodforfood.info

dinsdag 9 juli 2013

Groentefriet

Dit artikel verscheen eerder op trouw.nl
 
De consument weet het best: groente is gezond, en friet is dat niet. Dit is wat de producent van het recentelijk gelanceerde 'groentefriet' moet hebben gedacht. Het klinkt dat ook als de perfecte oplossing. Kinderen houden niet van groente, maar wel van friet, dus hoe krijg je kinderen aan de groente? Precies.

Maar wat krijg je nou eigenlijk binnen als je deze groentefriet eet in vergelijking met normale patat? En zorgt dit patatje gezond niet voor een wel erg makkelijk alternatief voor ouders die moeite hebben met hun kinderen te leren groente waarderen?
Mijn eerste gevoel is: dit klopt niet. Maar als ik wat beter kijk naar de voedingswaarden en de ingrediënten moet ik toch nageven dat het voedingstechnisch niet zo slecht in elkaar zit. Groentefriet bestaat voor het grootste deel uit witte bonen, wortel en maïs. Daarnaast wordt er nog wat ei, zetmeel, olie en kruiden en specerijen toegevoegd.

In vergelijking met normale frieten bevat groentefriet minder caloriën en meer vezels. Nu zijn vezels natuurlijk niet het enige wat groente gezond maakt en zijn witte bonen, wortel en maïs niet de beste jongetjes uit de groenteklas maar over het algemeen kunnen we wel stellen dat ze een stuk minder ongezond zijn dan regulier gebakken frietjes.

In vergelijking met verse groenten is het juist weer ontzettend calorierijk. De groentefriet bevat ruim vijf keer meer calorieën dan de gemiddelde gekookte groente. Om dezelfde hoeveelheid vezels uit groente binnen te krijgen bij consumptie van 100 gram groentefriet moet je 300 gram verse groente eten! Maar zoals ik al zei, vezels zijn niet het enige gezonde in groenten. Veel andere gezonde stoffen zoals vitaminen en anti-oxidanten zitten niet in de groentefriet, maar wel in verse groente.

De maker van de groentefriet dekt zich gelukkig wel in door te zeggen dat groentefriet geen groentevervanger is, maar een frietvervanger, en dat je er dus altijd groente naast moet serveren. Als ouders dit dan ook werkelijk gaan doen zie ik absoluut geen bezwaar in dit product en denk ik dat het een goede en minder ongezonde aanvulling is op huidige gefrituurde garnituren. Ik heb echter wel mijn twijfels of de gemiddelde consument dit ook zo gaat gebruiken, of dat het opgediend wordt als een compromisgroente om het rustig te houden aan de eettafel.


En dan de belangrijkste vraag: kan de groentefriet qua smaak opboksen tegen normale aardappelfriet? Ik heb de proef op de som genomen en ben naar de Plus gerend om een zakje groentefriet te scoren. Zoals de verpakking beschrijft heb ik de iet wat oranjekleurige frietjes gebakken en ze geserveerd naast een extra beetje groente. Mijn mening? Niet vies, maar ook niet lekker want er zit nauwelijks smaak aan. De frietjes leken op het eerste gezicht knapperig, maar dit bleek enkel het buitenste randje te zijn. De binnenkant had helaas een zompige pureeachtige structuur.

Wellicht vinden kinderen de groentefrietjes wel heel lekker, en mits het gegeten wordt naast wat extra groente, denk ik dat het product best een gezonde(re) aanvulling kan zijn. Ikzelf zal tien van de tien keer kiezen voor frietjes van echte aardappelen, met wat meer groente ernaast om aan mijn vezeltjes te komen.

woensdag 26 juni 2013

Een concept is per definitie niet definitief



Het is me meer dan eens overkomen dat het woord concept verwarring veroorzaakte. Soms betekent het een ruwe schets, een andere keer een idee, dan weer een voorlopige formulering of een onomlijnd plan. Er is geen eenduidige definitie van het woord concept, omdat het per definitie niet definitief is. Aangezien dit nogal eens tot verwarring leidt denk ik dat we wel iets beter ons best kunnen doen om een concept beter te definiëren.

Het begint bij inspiratie, wat de bron is van een idee. Een idee is iets wat bij je te binnen schiet als je geïnspireerd bent. Als je dit idee verder gaat uitwerken ontstaat er een concept. In het geval van een voedingsmiddel wordt het idee dus uitgeschreven, wordt het gevisualiseerd, wordt het in de keuken gemaakt, wordt het doel en omgeving geschetst en de haalbaarheid ervan bepaald. Dan ontstaat er een concept. Het is dus nog niet definitief, maar wel al vrij concreet.


Het is nog niet definitief omdat er nog veel stappen achter aan komen die invloed hebben op de kenmerken zoals die uitgewerkt zijn. Het is dan ook bijna altijd zo dat een product er totaal anders uitziet als het uitgewerkte concept eerder in het proces.
Om een idee uit te werken tot concept moeten enkele factoren aanwezig zijn. Net als dat het uitgroeien van vuur brandstof, zuurstof en hitte nodig heeft, is het voor een concept noodzakelijk om daadkracht, exposure en enthousiasme gevoed te krijgen.
Als een bedenker van een idee niet genoeg effort (daadkracht) stopt in het idee zal het snel over zijn. Een idee zal zonder voldoende communicatie naar buiten (exposure) ook een stille dood sterven. Enthousiasme is iets dat de boel aanwakkert en dat bij voldoende daadkracht en exposure moet ontstaan.
Wat is nu dus de definitie van een concept? In mijn ogen is dat:
Een idee dat middels daadkracht, exposure en enthousiasme is uitgewerkt tot een concreter, visueler en meer haalbare formulering, dat aan de basis staat van een uitontwikkeld product.

Ik hoef denk ik niet te noemen dat je er met een concept nog lang niet bent. Het echte zweetwerk komt namelijk pas hierna. Dus ookal vormt een concept de basis voor een product, voordat het een product is zal er nog heel veel tijd, geld en energie in gestoken moeten worden.

vrijdag 14 juni 2013

Zoutreductie is een kwestie voor marketing

Het wordt ons al een tijdje verteld maar we eten in Nederland meer zout dan gezond voor ons is. Meer dan driekwart van de Nederlandse bevolking eet meer dan de aanbevolen 6 gram per dag, waarvan Nederlandse volwassen mannen de kroon spannen met een gemiddelde van bijna 10 gram per dag. Ook al is de zoutconsumptie de afgelopen twee jaar enkele procenten gedaald, nog steeds eten we met z’n allen te zout. Het leeuwendeel van dit zout krijgen we niet binnen via het zoutpotje maar vooral via producten zoals brood, vleeswaren, sauzen, kant&klare maaltijden en andere verwerkte producten, waar zout wordt toegevoegd als goedkope smaakmaker of als conserveermiddel. Logisch om te bedenken dat hier ook de meeste winst te behalen valt om de Nederlandse zoutconsumptie te verlagen.

Nu is minder zout een gezondheidsclaim die niet zo interessant is, aangezien de consument dit relateert aan een concessie op smaak. Dit is de voornaamste reden dan de industrie zout-verlaging tot op heden nog niet zelfstandig heeft aangepakt.

 
Daarom zullen nog voor de zomer supermarkten en de vleeswarenindustrie onder druk van de overheid een akkoord sluiten om het zoutgehalte in vleesproducten als worsten, hammen en patés met zeker 10 procent terug te brengen. Dit meldde De Telegraaf afgelopen maand.


 
Op dit moment wordt zoutverlaging bij verwerkte producten gerealiseerd door het zout (natriumchloride) te vervangen voor smaakversterkers zoals gistextracten of kaliumzouten. Het vervangen van zout is echter niet de enige en misschien ook niet de beste manier om de consumptie van zout te verlagen. Hele bevolkingsgroepen zijn immers ook gevoelig voor een hoog kaliumgehalte en de langdurige gevolgen van een hoge inname van gistextracten zijn ook nog niet vastgesteld.

Wellicht is de beste wijze om iets te doen aan de hoge zoutinname het in kleine stapjes reduceren van zout in producten, zodat we langzaam wennen aan een minder zoute smaak en dus ongemerkt steeds minder zout binnen krijgen.
 
Ook zeer interessante ontwikkelingen voor zoutreductie zijn technologische innovaties die de zoutervaring van behandelde producten verhogen. Zo kunnen de technologieën PurePulse en Pascalisatie zoutverlaging realiseren doordat je op voorhand minder zout hoeft toe te voegen om na de behandeling eenzelfde zoute smaak te ervaren.
 
Aangezien zoutreductie praktisch en technologisch heel goed haalbaar is, ligt de grootste uitdaging bij de marketingafdeling van de voedingsindustrie. Want hoe beweeg je de consument naar producten met minder zout, zonder dat de consument dit relateert aan minder smakelijke producten?
 
Dit artikel verscheen eerder op FoodforFood.info

maandag 3 juni 2013

Weggooien na de houdbaarheid?

Dit artikel verscheen eerder op foodforfood.info
 

Food waste is een ‘hot topic’. Steeds meer initiatieven strijden tegen het weggooien van eten en bij producenten en supermarkten begint inmiddels ook wat te dagen. Zo was er afgelopen dinsdag een conferentie over houdbaarheid op het ministerie van Economische Zaken in Den Haag, en staat er een enorm event in de steigers (Damn Food Waste, 29 juni in Amsterdam), waar 5000 monden gevoed worden met eten dat normaal weggegooid zou worden.
 
Dat is natuurlijk allemaal heel goed nieuws, maar in de keukens bij de consumenten thuis verdwijnt nog steeds een groot deel (zo’n 40%) van het aangekochte eten in de vuilnisemmer. Hoe komt het dat we nog steeds zo veel blijven weggooien?
 
Er zijn twee verschillende vermeldingen die je op een verpakking kunt tegenkomen. Op versproducten (in de koeling, kort houdbaar) vind je de vermelding ‘te gebruiken tot’. Deze vermelding staat zoal op voorverpakt vers vlees, vis en groente en is bedoeld om voedselvergiftiging tegen te gaan. Het eten van producten uit deze categorie na de vermelde datum kan leiden tot voedselvergiftiging en is dus je eigen verantwoordelijkheid. Je mag er wel van uit gaan dat fabrikanten van deze voedingsmiddelen een ruime marge nemen om het risico op misstanden te verkleinen, waardoor de producten dus ook enkele dagen na de verstreken houdbaarheid nog veilig te eten zijn.
 
De tweede en meest voorkomende vermelding is de THT of ‘ten minste houdbaar tot’. De datum die in combinatie met deze vermelding op de verpakking staat geeft slechts aan tot waar de fabrikant in ieder geval een lekker en veilig product garandeert. Het gaat hier veelal om langer houdbare producten die niet in de koeling staan (of niet hoeven te staan), maar in de gewone winkelschappen of in de diepvries. Het eten van deze producten na de vermelde houdbaarheidsdatum leidt vrijwel nooit tot voedselvergiftiging maar enkel tot een product dat misschien wat minder smaakt, of er wat minder fraai uitziet. In de meeste gevallen echter is het product lang na het verstrijken van deze datum nog prima te eten of drinken.
 
Veel consumenten weten het verschil tussen deze vermeldingen al niet, en eerlijk gezegd, het is ook niet altijd duidelijk. Houdbaarheidsinformatie wordt met een codeerapparaat in vage kleine lettertjes aangebracht op onlogische plaatsen op een verpakking. Ook de zwaar opgeblazen voedselschandalen in de media helpen niet mee, en zorgen er juist voor dat consumenten nog voorzichtiger zijn en dus eerder voedsel weggooien. Op Foodlog wordt dit in een recent artikel 'voedselangst' genoemd en wordt het terugwinnen van het vertrouwen van de consument als één van de grootste uitdagingen van de komende tijd gezien.
 
Vertrouwen winnen dus, maar hoe? Door meer informatie? Consumenten hebben beschikking over meer informatie dan ooit. Door voorlichtingscampagnes? Bij eerdere campagnes is gebleken dat het vingertje niet meer werkt. Voor het bedrijfsleven liggen er kansen om met integere communicatie, transparantie en een juiste marketingstrategie te bouwen aan een merk dat het vertrouwen van de consument verdient en kan terugwinnen. Een merk dat eerlijk is over zijn echte houdbaarheid en hiermee actief voedselverspilling bestrijdt. Hiermee kan vertrouwen en sympathie verbonden worden aan het merk en dit kan nog wel eens het beste wapen zijn tegen voedselangst.

maandag 13 mei 2013

Pizzasoep en Cupcakethee



Een tijdje geleden schreef ik een bondig manifest over echt eten. Ik gaf aan dat we weer terug naar echt eten moeten gaan, en ik riep verschillende actoren op om hun verantwoordelijkheid te nemen. Meestal denk ik dat we de goede kant uit gaan, echt! Ik heb mooie initiatieven zien onstaan, echte producten zien verschijnen en  ook in de horeca zie ik verandering. Maar zo nu en dan komt er iets op de markt waar mijn bek van openvalt.
Ik snap dat met het enorme assortiment aan instantsoepen dat Unox met cup-a-soup al die jaren heeft opgebouwd, de inspiratie een keer op raakt. Maar soep met pizzasmaak? Natte pizza of soep met een dunne bodem.. ik zie het niet. En dan de Quatro Stagioni, de pizza met zo’n beetje alles erop. Een product dat helemaal niets met echt eten te maken heeft.
Minstens zo opmerkelijk is een nieuwe smaak van Lipton; groene thee met cupcakesmaak. Cupcakesmaak, wat is dat eigenlijk? Naast de strawberry cupcakesmaak is ook een blueberry muffin en vanilla caramel verschenen. Indulgence thee noemt Lipton het. Indulgence staat vrij vertaald voor mateloosheid en jezelf laten gaan. Ik geloof niet dat Lipton het zo bedoeld heeft, maar het woord geeft precies weer wat er schort aan de leefwijze van de westerse bevolking.
Beide producten zijn afkomstig van megaconcern Unilever, welk altijd veel marktonderzoek uitvoert voordat een nieuw product of een nieuwe smaak op de markt verschijnt. Is er het één en ander fout gegaan in deze onderzoeken of zou het echt zo zijn dat wij in Nederland zitten te wachten op deze neppe smaakjes? Als Nederland nu massaal aan de pizzasoep en cupcakethee gaat, betekent dat er echt iets goed mis is met onze smaak.
Assortimentsverruiming door wel onderscheidende maar idiote smaakvarianten is iets wat in het chips- en zoutjesschap al jaren aan de gang is. Producent Lays is hier vooral erg goed in. Zo zorgen producenten ervoor dat ze meer schapruimte krijgen, wat de kans van aankoop verhoogt net als de zichtbaarheid van het merk.
Echte hardlopers zullen de pizzasoep en de cupecakethee denk ik niet worden, en deze opmerkelijke smaakvarianten zullen vrij snel weer ingewisseld worden voor een nog raardere smaak. Er is inspiratie genoeg te vinden in Japan, want Japanners zijn het beste in gekke smaakjes.
Om de bedenkers van nieuwe soep en thee bij Unilever een handje te helpen hier nog wat ideetjes: Shoarmasoep, chupachupthee, paprikachipssoep, vissticksoep, gevuldekoekthee, hamburgersoep om er zo maar een paar te noemen. Laten we samen nog wat meer smaakvarianten bedenken en onder dit bericht verzamelen ter inspiratie voor de soep en thee producenten.

dinsdag 23 april 2013

Smaak avonturiers


  In je eerste levensjaren was je een superproever. Je lustte alles en je vermogen om complexe smaken te proeven werkten vele malen beter dan nu. Helaas heb je hier hoogstwaarschijnlijk niet veel mee gedaan. Tenminste, als je net als veel anderen vooral tot snot gekookt potjesvoer hebt gekregen.

 
Je hebt bij de geboorte duizenden smaakpapillen in de mond. Zodra je dertig bent is hier nog maar 5-10% van over.  Als klein kind kon je dus veel beter proeven. Hierdoor ervaar je smaken in die periode veel intenser en heb je voorkeur voor mildere, minder zoete, zoute, zure of bittere smaken.

 
Ondanks deze voorkeur voor mildere smaken is een kind in de eerste levensjaren een avonturier. Alles is nieuw, en alles wordt geprobeerd. Hét moment om te experimenteren met het wennen aan verse smaken. Na die eerste jaren verdwijnt deze avontuurlijke instelling bij een kind, en staat het niet meer open voor nieuwe smaken en texturen. Evolutionair is dit goed te verklaren.

 
In de eerste levensjaren zijn kinderen niet in staat zelfstandig te eten en kunnen ze niet veel anders dan vertrouwen op de moeder dat het voedzaam, niet-giftig eten krijgt. Maar vanaf het moment dat het kind gaat lopen en kruipen, kan het kind praktisch gezien ook zelf dingen in de mond steken. Vandaag de dag doen we er van alles aan om ervoor te zorgen dat een kind zichzelf niet vergiftigt, maar in de tijd van de jagers en verzamelaars zou de avontuurlijke geest van een kind het einde betekenen. Dus eet het kind enkel wat het in de eerste levensjaren geleerd is te eten.

 
Dit zou dus betekenen dat als een kind in de eerste levensjaren niet of nauwelijks in contact komt met bijvoorbeeld verse groente, de kans groot is dat het kind het op iets latere leeftijd niet wil eten. De potjes met babyvoeding van deze tijd staan heel ver af van de smaak en textuur van vers bereid eten. Er zijn natuurlijk nog veel meer factoren, zoals opvoeding om maar iets te noemen, maar ik kan het niet helpen een duidelijke connectie te zien.

 
Meer vers bereid eten dus, in de eerste levensjaren. Maar wel te allen tijden veilig! Je kunt namelijk veel over de producenten van potjes babyvoer zeggen, maar onveilig is het niet. Voedselveiligheid is in deze ontzettend kwetsbare doelgroep nog belangrijker dan smaak en textuur. Er zijn nieuwe start-ups die zich bezig houden met verse babyvoeding, maar die te weinig maatregelen nemen om de veiligheid te garanderen. Het is dan wachten tot het een keer fout gaat, en dan gaat het ook goed fout.

 
Vers bereid en toch veilig. Dan heb je eigenlijk nog maar twee goede keuzes. Je kunt het zelf maken. Belangrijk is dan om het niet te lang te bewaren en om in ieder geval geen zout toe te voegen. Porties invriezen is een goede mogelijkheid, maar wel goed de datum erop schrijven om vergissingen te voorkomen. Of je hebt hier allemaal geen tijd voor en koopt babyvoeding dat met een milde conserveringstechnologie behandeld is, zoals pascalisatie. Vers bereid en toch veilig is hierdoor goed te combineren in een kant-en-klaarproduct. Nu nog een partij die hier in durft te stappen.
 

woensdag 10 april 2013

Suiker met een bijsmaak



 
Waar eerst verzadigd vet als het grootste kwaad werd gezien, is suiker nu de nieuwe boeman in de voedselbranche. Nou ja nieuw, we weten al een tijdje dat te veel suiker dik maakt. Ondanks dit bewustzijn wordt een groeiend deel van de Nederlandse bevolking steeds dikker. Ook al verschijnen er steeds meer suikervrije varianten van voedselproducten, we eten nog steeds te veel suiker. Maar waarom eten we onszelf nog steeds obees aan suiker?

Rebecca Rijnders zegt dat wij verslaafd zijn aan suiker. Er zijn zelfs nog meer gelijkenissen tussen de werking van alcohol en suiker in ons lichaam, volgens Rebecca. Zo zou naast de verslaving suiker dezelfde schadelijke werking op de lever hebben als alcohol dat heeft.
 
Volgens Rebecca Rijnders is een suikertax de oplossing. Door net als bij alcohol accijns op suikerhoudende producten te heffen geef je een duidelijk signaal af aan de bevolking en  kunnen de belastingsinkomsten direct ingezet worden om de groeiende zorgkosten in toom te houden. Maar is een suikertax nou wel de juiste maatregel? Gaat dit het verschil maken?
 
Waarom suiker

De reden waarom suiker toegevoegd wordt aan producten (naast de zoete smaak) verschilt per type product. Bij producten zoals fruitjam heeft suiker een conserverende werking, bij brood of bier dient het als brandstof voor het gist en in ijs werkt het als vriespuntverlaging, waardoor de structuur zacht is. Dit zijn slechts enkele voorbeelden.
 
Maar naast de functionele redenen wordt suiker in voedingsmiddelen vaak toegevoegd als goedkoop vulmiddel of als smaakafleider. Op die manier is het mogelijk om goedkope voedselproducten te maken, en dat is wat de consument graag wil. Zoals bij veel impasses is de oplossing niet in één kamp te vinden. Zowel de producent als de retailer en de consument dienen hun verantwoordelijkheid te nemen.
 
De producent zou suiker moeten vermijden als goedkoop vulmiddel in producten. Dit gaat er echter wel voor zorgen dat producten duurder gaan worden. De retailer moet er voor zorgen dat het aanbod van ‘ongevulde’, duurdere producten gestimuleerd wordt, wellicht door de marges anders te verdelen.
 
De consument dient in te gaan zien dat goedkope producten niet voor niets goedkoop zijn. Dit gaat altijd ten koste van iets, en vaak dus ook ten koste van gezondheid. De consument zal de duurdere, echte producten gaan moeten kopen in plaats van altijd te kiezen voor het goedkoopste alternatief.
 
Om de consument dit in te laten zien zal zowel de producent als de retailer een gedeelde verantwoordelijkheid moeten dragen in communicatie. De producent via reclame-uitingen en de retailer op de winkelvloer. Ook de overheid dient een steentje bij te dragen via voorlichting.
 
Een suikertax kan wel voor wat bewustzijn zorgen, maar draagt ook een groot risico met zich mee. De beweegreden om suiker toe te voegen aan producten is de prijs. Een hogere prijs zal vooral resulteren in nog meer ‘geknutsel’ aan producten om toch vooral goedkoop te blijven.
 
De tijd van het naar elkaar wijzen in de discussie rondom gezonde voeding, suiker en obesitas is voorbij. Niet meer wachten tot een ander iets doet, maar zelf initiatief tonen en handelen.

Deze blog verscheen eerder op foodforfood.info

woensdag 27 maart 2013

Terug naar echt eten!






Als je de achterkant van een willekeurig pakje van Knorr bekijkt, is koken heel erg makkelijk. Je gooit dit bij dat, mengt het door, verwarmen en het is klaar! Je hoeft zelf niet meer na te denken en het resultaat is altijd hetzelfde. Decenialang is ons en onze ouders aangepraat dat we niet meer hoeven na te denken bij het koken. Alles is door de grote producenten voor je uitgedacht, en dus hebben we onze zintuigen niet echt meer nodig bij het bereiden van een maaltijd. We zijn het gevoel voor koken massaal kwijt.

Met dat we het gevoel voor koken kwijt zijn, zijn we ook echt eten uit het oog verloren, en kunnen we de waarde hiervan niet meer inschatten. Waar komt het vandaan? Wat is het verhaal erachter? Het enige wat de consument bereikt is een schijnbeeld van een boer die lachend op de verpakking staat. Maar het is erger dan dit alleen.

Doordat we natuur en gebruik van fossiele brandstoffen als gratis zijn gaan zien; Doordat we door industrialisatie en mechanisatie weinig arbeid nodig hebben om voedsel te produceren; Doordat we steeds beter in staat zijn geworden om producten na raffinage of hevige processing langer te bewaren heeft voedsel nauwelijks waarde meer. We hebben er veel van en we kunnen het achterhouden en er mee handelen totdat het waardeloos wordt. Seizoenen doen er niet meer toe. De consument is hierdoor het contact met echt eten en het bereiden hiervan totaal verloren.

Dit heeft ook behoorlijke gevolgen op onze gezondheid. Via pakjes en zakjes en ander gemaksvoedsel wordt ons vooral geraffineerd eten aangeboden. We krijgen massaal teveel suikers en zout binnen, en hebben een structureel tekort aan vezels en micro-nutriënten. Ondertussen heeft één derde van de Nederlandse bevolking last van een voedingsgerelateerde welvaartsziekte en rijzen de zorgkosten de pan uit.

Het is tijd om wat te doen voor dat het te laat is. We moeten weer in contact komen met echt eten, weten wat het echte verhaal erachter is, weten wat we er in de keuken mee moeten doen, begrijpen wat eten met onze gezondheid doet en bovenal moeten we onze zintuigen weer gaan gebruiken bij het kopen, het bereiden en het eten van ons voedsel.

Er zijn denk ik verschillende manieren om hieraan bij te dragen. Ik ga graag met jullie in discussie over mogelijke initiatieven om consumenten weer in contact te laten komen met echt eten. Werken moestuinen in de steden? Werken smaaklessen op scholen? Wat is de rol van de Horeca? Wat is de rol van de voedingsindustrie?  Wat is de rol van mij en wat is de rol van jou?
 

dinsdag 19 maart 2013

stevia - waarom duurde dat zo lang?


Nog niet heel lang geleden was gebruik van stevia in voedselproducten in Europa verboden, maar sinds dat het is toegestaan zie je het overal. Het wordt gebruikt als een natuurlijke zoetstof in allerlei voedselproducten zoals frisdranken, cereals, zoetjes, chocolade, toetjes en nog veel meer.
 
Het is ook niet zo raar dat dit ingrediënt zo populair werd in een korte tijd. Door de negatieve publiciteit rondom kunstmatige zoetstoffen zoals aspartaam, en ook het groeiende bewustzijn dat we met zijn allen toch echt veel te veel suiker consumeren, wordt stevia een interessant ingrediënt.

Is stevia iets nieuws dat pas (uit)gevonden is? Nee. Het gebruik van het steviaplantje gaat eeuwen geleden terug in Zuid-Amerika, waar het plantje van oorsprong vandaan komt. Spaanse verovereraars namen het plantje al in de 16e eeuw mee naar Europa, maar de interesse voor dit plantje kwam pas met het opkomen van de voedingsindustrie in de 19e eeuw.
 
Pas in 2011 is het in Europa toegestaan om het te gebruiken als een voedselingrediënt. Waarom heeft dit zolang geduurd? Nou ben ik geen aanhanger van complottheorieën, maar het lijkt er toch sterk op dat er andere belangen in het spel waren.
 
Er wordt een hoop gefluisterd dat de suikerindustrie en ook de industrie verantwoordelijk voor kunstmatige zoetstoffen heel erg goed hun best hebben gedaan via politieke lobby om stevia als voedselingrediënt verboden te houden. Stevia zou niet veilig zijn, en nog niet voldoende onderzocht.
 
Voor deze industriën is stevia dan ook een behoorlijke bedreiging, omdat het een natuurlijke origine heeft, de kosten voor productie niet hoog zijn, maar nog belangrijker, omdat het plantje moeilijk gepatenteerd kan worden.
 
Nu zijn dezelfde industriën die het zo lang lijken te hebben tegengehouden bezig met het ontwikkelen van een stofje dat identiek is aan stevia, maar dan geproduceerd in het lab, waardoor ze niet afhankelijk zijn van oogsten, en het stofje kunnen patenteren. Het wordt dan gewonnen door een fermentatieproces zodat het ook gedeclareerd mag worden als natuurlijke zoetstof. Touché..

Nu het plantje een beetje zijn intrede heeft gemaakt in de industrie, gaat het dus vervangen worden door een labgeproduceerd equivalent. Moeten we daar blij mee zijn? Ik weet het niet. Mijn gevoel zegt dat we wat meer vertrouwen moeten hebben in wat de natuur voor ons heeft bedacht, in plaats van de natuur by-passen om zo meer geld te kunnen verdienen.

donderdag 14 maart 2013

"Geen allergeen"

Deze post verscheen eerder op Foodforfood.info

De diagnose ‘voedselallergie’ wordt steeds vaker gesteld. Soms door de dokter, soms door de consument zelf. Het gevolg? De allergische consument gaat op zoek naar alternatieven voor wat hij niet meer mag eten. En vaak is dat nogal wat, wat er dan niet meer kan...

In het geval van glutenallergie of –intolerantie kun je een heel groot deel van de schappen in de supermarkt overslaan. Gluten zijn eiwitten die voorkomen in veel graansoorten, waaronder tarwe. In heel erg veel verwerkte producten wordt (nog steeds) tarwe verwerkt, terwijl dit helemaal niet nodig is. Lekker makkelijk en goedkoop, zal het wel zijn. Toch zie je het glutenvrije assortiment de afgelopen jaren gestaag groeien, waardoor coeliakiepatiënten (mensen die allergisch zijn voor gluten) tegenwoordig meer keus hebben.

Ook buiten de supermarkt is de groei van glutenvrije producten zichtbaar. In een beetje biercafé wordt vandaag de dag ook glutenvrij bier geserveerd. De meest populaire van dit moment is die van Mongozo. Broodjeszaken zoals Bagels&Beans bieden ook al een glutenvrije bagel aan. Daarnaast gaat MacDonalds dit jaar een pilot uitvoeren met een glutenvrij broodje voor bij de hamburger. We kunnen dus wel zeggen dat glutenvrij de reformwinkel inmiddels overstegen is.

Een andere, veelvoorkomende voedselallergie is lactose-intolerantie. Lactose is een ander wordt voor melksuiker. Het komt voor in melkproducten. Producenten Arla en Campina introduceerden begin deze maand vrijwel gelijktijdig lactosevrije melk in de supermarkten. Toevallig? Het geeft in ieder geval aan dat het een hot item is geweest op de ontwikkelingskalender van beide bedrijven. Arla heeft al aangegeven de komende maanden ook met andere lactosevrije zuivelproducten te komen, zoals yoghurt en roomkaas.

Goed nieuws voor mensen met een lactose-intolerantie, want die kunnen hierdoor weer cappuccino’s drinken met echte melk in plaats van sojamelk. En dus slecht nieuws voor producenten van sojamelk zoals Alpro, die tot op heden de behoefte voor melkproducten voor consumenten met lactose-intolerantie vervulden. Die zullen hun peilers nog meer op duurzaamheid en dierenwelzijn moeten zetten om zich te onderscheiden van het zuivelassortiment.

Geschat wordt dat één op de honderd Nederlanders lijdt aan een vorm van coeliakie. Vijf op de honderd Nederlanders is op een bepaalde mate intolerant voor lactose. Ook al zijn het nog steeds niches, door het aantal groeiende diagnoses wordt het een steeds interessantere markt om je als voedselproducent op te richten.

In Amerika worden gluten zelfs massaal uit het dieet geweerd om gezondheidsovertuigingen, zonder dat deze mensen een allergie of intolerantie hebben (nu al 30 procent van de Amerikaanse bevolking zegt te minderen met gluten). Onderzoekers van het Amerikaans marktonderzoekbureau NPD hebben geen verklaring voor deze beweging, maar geven wel aan dat dit het gezondheidsonderwerp is van het jaar 2013.

dinsdag 12 maart 2013

10 tricks for making packaged food look healthy

Healthy food is Booming! There are numerous trademarks and health claims that giant food producers use to tell us that their products are super healthy.  I understand that claiming to be fitting in a healthy diet is good for sales, so let me give you an insight in the tricks they use to make packaged food looking healthier.

Trick number one:
If you want to add a lot of sugar to your product, add different types. In this way these ingredients won’t be on top of the ingredient declaration, making place for more healthy appearing ingredients. Producers of cereal bars are using this trick very often. They appear to be healthy, but are actually high on calories by sugars and saturated fats. Just making something more complicated than it is works.

Trick number two:
When you produce a product which has a lot of sugar, just mention that it’s low on fats. In this way the attention is put on another health fact. A big lolly pop company tried this once, but fortunately did not get away with it.

Trick number three:
I you are able to replace the sugar for fruit concentrate you can tell the consumer that you did not added any sugar! But you did, in the form of concentrated fruit. Believe me there is nothing healthy about fruit concentrate.

Trick number four:
High fiber content in a product is positive for the healthy image. But fibers are not yummy, so add inulin. This is a fiber powder that keeps your product tasty, but you can write on your packaging that it has a lot of fibers. However It does not work the same as fibers in wholegrain and vegetable. products.

Trick number five:
Make a white bread made of refined flour and add caramel as a brown colorant to make it look like it is healthy cause it’s very brown. Yes, we are that stupid..

Trick number six:
A lot of paste or concentrate of vegetables in your product means bingo. You can calculate these overheated concentrated “was a vegetable once” ingredients back to its original water content. Now your packaging can say: 250 grams of vegetable inside! Even if the product itself only weighs 150 grams. Get it?

Trick number seven:
A pile of evidence tells us that milk is not an essential product everyone should eat. In fact, a lot of scientists say milk is not good for anyone, except the milk of your mother the first year of your life. But there is a big industry around milk products, thus there is a big political lobby around it too. As long as we believe it is healthy they can stay in business. How about that?

Trick number eight:
Switch from regular to biological or ecological ingredients. We consumers actually think the product is healthier. Or make it fair trade or bio dynamic. For us it is all the same; it takes our guilt away.

Trick number nine:
Investing a lot of money in governmental organizations who are seen as an authority helps. They can tell all the consumers your product fits in a healthy diet. Bribing famous persons who are seen as an authority helps as well. Unless they are fat, this makes them less convincing.

Trick number ten:
Add some kind of bacteria nobody has ever heard of to your product and show a lot of fit bellies in the commercial. Even better, make up a name for a new lab created bacteria, so no one else can use it. I’ll bet we believe we get a flat belly and a more regular stool as well.

Dit bericht heb ik in het engels geschreven, omdat ik denk dat het overal ter wereld relevant is.

donderdag 21 februari 2013

De onstuitbare opkomst van eiwit

Eiwitten zijn in de voedselwereld vandaag de dag een veelbesproken onderwerp. Activisten en vegetariërs hameren op de inefficiënte eiwittransities bij vlees, voedingsdeskundigen spreken steeds meer over de gezondheidseigenschappen van eiwit. Vanwege dat laatste verschijnen er steeds meer eiwitverrijkte producten op de markt en eetgewoonten en diëten die (deels) gebaseerd zijn op een hoge eiwitinname. Er gebeurt dus veel rondom eiwit op het moment.

In de sportwereld is dit heel goed zichtbaar. Waar enkele jaren geleden eiwitverrijkte shakes en snacks vooral gegeten werden door bodybuilders en fitnessfreaks, heeft de gewone consument deze inmiddels ook gevonden. Met de groeiende populariteit van fitness slurpt menig mens regelmatig een proteïnenshake naar binnen. De verbinding tussen sport en verhoogde eiwitinname is een vast gegeven geworden.

Maar ook in nu populaire diëten zoals het Paleo-diëet (ook wel het ‘oerdiëet’) en het diëet van dr. Frank speelt eiwit een belangrijke rol. Een verhoogde eiwitinname in combinatie met een verlaagde inname van koolhydraten is volgens beide diëten (deels) het antwoord op overgewicht en andere voedingsgerelateerde welvaartsaandoeningen.

Ook buiten het segment sport- en diëetvoeding is eiwit het nieuwe wapenfeit op het gebied van gezonde voeding. Nog niet lang geleden prijsden producenten zichzelf met teksten als ‘boordevol onverzadigde vetten’ of juist ‘nu 10% minder vet’. Hetzelfde zien we nu gebeuren met eiwitten.
‘Eiwitrijk’ of ‘een bron van eiwit’ zie je nu nog niet zo vaak, maar dit gaat komende tijd veranderen. Producenten mogen echter niet zomaar dit soort termen op de verpakking plaatsen. De term ‘bron van eiwit’ mag pas genoemd worden als 12 procent van de energie in het product uit eiwit komt, en ‘eiwitrijk’ zelfs pas bij 20 procent van de energetische waarde.

Eiwitverrijking beperkt zich niet tot één schap in de supermarkt. In alle schappen zullen eiwitverrijkte producten verschijnen. Denk aan eiwitverrijkte zuivel, dranken, soepen, koeken, brood en nog veel meer.

Maar eiwit heeft ook een schaduwzijde, want productie van met name dierlijke eiwitten (uit vlees, vis en zuivel) hebben een behoorlijke impact op het milieu en wereldwijd is er al een tekort aan eiwit. Dit geeft eiwitrijke diëten een wat nare bijsmaak.
Gelukkig zijn er ook goede plantaardige bronnen van eiwitten zoals peulvruchten. Bonen, erwten en linzen zullen weer meer op ons bord moeten verschijnen. Een initiatief dat zich hier hard voor maakt is de Bruine Bonen Bende. Ook de steeds populairder wordende vleesvervangers zijn vaak van peulvruchten gemaakt.

Met deze groeiende bewustwording van de positieve eigenschappen van eiwitten in voeding kan het haast niet anders, dan dat het Voedingscentrum over een niet al te lange tijd de Schijf van Vijf aan zal moeten passen. Peulvruchten hebben tijdenlang op de bank gezeten, maar krijgen nu een basisplaats, en koolhydraatrijke en suikerhoudende producten zullen hiervoor plaats moeten maken.

Zoals verschenen op foodforfood

vrijdag 15 februari 2013

RAW food

zoals onlangs verschenen op foodforfood.info

Al weer wat jaren geleden is het vanuit de VS over komen waaien. Raw food, oftewel rauw eten, is voedsel dat bij de bereiding niet is gekookt, gebakken of gebraden. Het voedsel mag daarbij niet boven een temperatuur van 40 °C zijn geweest. De gedachte erachter is dat voedsel zo meer voedingsstoffen bevat omdat het niet verhit is.

In Nederland werden de afgelopen jaren de eerste aanhangers van deze manier van eten gezien als extreem en zelfs onverantwoord. (De documentaire ‘Rauw’ en de opvolger ‘Rauwer’ gaven veel commotie.) Nog steeds is deze dieet-overtuiging niet geland bij het grote publiek, maar misschien wel mede door de aandacht die de media hieraan gegeven hebben, wordt raw food steeds een beetje meer populair.

In reformzaken en natuurwinkels zijn er meerdere producten te koop die als raw food kunnen worden aangemerkt. Denk aan repen op basis van gedroogd fruit en noten, repen van rauwe chocolade, krackers die op lage temperatuur zijn gedroogd, enzovoort.

In de reguliere supermarkten is er van dit type producten nog weinig te vinden, maar dit kan wel eens snel veranderen. Veel wat eerst extreem is, wordt later mainstream: had eerst de natuurwinkel het monopolie op biologische producten, nu liggen de supermarkten er vol mee. Hetzelfde geldt voor vleesvervangers.

Er zijn ook enkele technologische innovaties, die kunnen gaan helpen bij de doorbraak van raw food. Milde conserveermethoden als pascalisatie (1) en PurePulse (2) maken het mogelijk om voedsel houdbaar te maken zonder het te verhitten.

De horeca begint raw food inmiddels te omarmen. Alleen al in Amsterdam zijn er zes verschillende restaurants waar je raw food kunt eten. Ook in andere Europese landen is raw food groeiende in populairiteit. In Duitsland en Scandinavië hebben de eerste raw food-producten de reguliere supermarkt al bereikt.

Dit jaar waren op de Biovak in Zwolle meerdere raw food-producten te vinden. Een mooi voorbeeld is de productlijn van Lifefood. Lifefood biedt een breed aanbod aan raw food, zoals chocolade, energierepen, koekjes, crackers, chips en noten. Bijzonder lekker zijn de groentechips van onder andere bieten en boerenkool.

Een ander voorbeeld van een succesvol raw food-product is LoveChock, een reep van rauwe chocolade met andere rauwe ingrediënten. Mede dankzij de mooie verpakking en een flinke portie ondernemerschap worden deze repen inmiddels over heel de wereld verkocht.

Dankzij de opkomst van nieuwe technologieën gaat dit type producten op een commercieel haalbare manier geproduceerd kunnen worden. Ik verwacht dat raw food de aankomende jaren daardoor steeds meer voet aan de grond krijgt op de Nederlandse markt.

1) Pascalisatie is een technologie waarbij hoge waterdruk wordt gebruikt om bacteriën af te doden en zo houdbaarheid te verlengen.

2) PurePulse is een technologie waarbij elektrische stroomstootjes door een vloeistof zoals sap worden geschoten waardoor bacteriën gedood worden en de houdbaarheid verlengd wordt.